|
Schema vernisschade
1. |
Broosheid (verlies van elasticiteit) |
Craquelures
Desintegratie |
|
Drogingsscheuren / jeugdbarstjes / sinaasappelhuid
Verouderingsscheuren / ouderdomscraquelé
Houtbarsten: parallel-craquelé en rooster-craquelé
Blind worden / wit uitslaan (crazing)
Breukvorming (schotel- en tent- en blaarvormig)
Afbladderen
|
2. |
Blauwen |
Blauw-grijze laag |
|
|
3. |
Ouderdomspatina |
Gelige kleur /Bruinige kleur |
|
|
4. |
Gebruikspatina en slijtage |
Grijze / bruine waas
Witte krassen
Zwarte laag |
|
Stof, vuil, vliegenpoep en aerosols
Krassen, butsen en gaten
Roet-, schroei- en brandplekken
Verminderde glans en transparantie |
5. |
Biodeterioratie |
|
|
Blind worden
Gaten |
6. |
Schade door ingrijpen |
|
|
Restauratie en conservering |
Van Broosheid is sprake, wanneer de vernis zijn elasticiteit verliest.
Een eerste indicatie voor broosheid is de aanwezigheid van kleine scheurtjes
in de vernis, craquelures. Ook kunnen blaren ontstaan, waardoor de vernis
losraakt en af zal bladderen. Dicht bij elkaar gelegen kleine scheurtjes
kunnen het 'blind worden' van een vernis veroorzaken. Dit wil zeggen
dat de vernis zijn transparantie verliest en een mat uiterlijk krijgt.
Het blauwen van een vernis staat voor het ontstaan van een blauwgrijze
laag boven op een vernis. Ouderdomspatina ontstaat bij elke vernis die
veroudert. De vernis verliest zijn optische kenmerken en verkleurt naar
een gelige of bruinige kleur. Gebruikspatina en slijtage ontstaan door
het dagelijks gebruik van het meubilair. Gebruikspatina wordt niet altijd
als schade gezien, omdat veel soorten van gebruikspatina als verfraaiing
worden ervaren. Onder biodeterioratie wordt verstaan schade en verval
veroorzaakt door schimmels en insecten. Van schade door ingrijpen is
sprake als de gerestaureerde vernis gaat afwijken van de oorspronkelijke.
Deze schade hoeft niet te betekenen dat in het verleden slecht is gerestaureerd,
of dat slechte restauratiematerialen zijn gebruikt.
Voorbeelden vernisschade
Ter illustratie van de mogelijkheden van de schadeatlas bespreken we
hier een aantal karakteristieke schadesoorten. Bij elk voorbeeld is
een beschrijving van de schadesoort opgenomen, met de schadeoorzaak
en de behandelingsmogelijkheden.
Sinaasappelhuid
Sinaasappelhuid is een vorm van broosheid, die wordt gekenmerkt door
kleine eilandjes van vernis.
Deze schade ontstaat tijdens het drogen van de vernis en noemt men ook
wel jeugdbarstjes. Elke vernis bouwt spanning op tijdens het droogproces.
Normaal gesproken scheurt een vernislaag niet tijdens het drogen. Drogingsscheuren
kunnen ontstaan, doordat over een nog niet helemaal droge laag een andere,
sneller drogende laag, wordt aangebracht, of doordat de drager of onderliggende
laag te glad of te weinig absorberend is. Dit kan het geval zijn wanneer
de gronderingslaag een te hoog aandeel bindmiddel (bijvoorbeeld olie)
bevatte, welke onvoldoende opgedroogd was. Ook een te dikke laag vernis
kan tot jeugdbarstjes leiden. Het gebruik van siccatieven bij de droging
van oliehoudende vernissen is van invloed op de droogsnelheid en daarmee
op de kans van jeugdbarstjes. Zo zal een olievernis, aangebracht over
een alcoholvernis, meestal opdrogen in kleine eilandjes. Drogingsscheuren
kenmerken zich door ronde, uitlopende zijkanten en kunnen een breedte
van 1 mm en meer bereiken.
|
|
|
1 Sinaasappelhuid. Olievernis over alcoholvernis. Het gemiddelde
eiland is ongeveer 0,5 cm groot. Object: massief mahonie klaptafeltje.
Onderdeel: zijkant van de rechtervoorstijl. Collectie ICN Rijswijk,
objectnummer R11901A. Alle foto's: auteur.
|
Voor zover bekend bestaan er geen behandelmethoden voor deze vorm van
vernisschade. De keus is de vernis niet te behandelen of te vervangen.
|