|
Vuil, vliegenpoep, aėrosols en stof
|
|
|
4. Vuil, vliegenpoep, aėrosols en stof. Synthetische, begin20ste-eeuwse vernis. Meubel: Kast. Onderdeel: triplex bovenblad. Afmeting bovenblad: ± 60x6 cm. Collectie ICN Rijswijk, objectnummer R5989.
|
Losliggend stof veroorzaakt een grijze waas die op het oppervlak ligt.
Stof, aërosols, vuil en dergelijke die zijn ingebed in bijvoorbeeld
kleverige resten, zoals vetdeeltjes, plakkerige etensresten, kleverige
vernis of was, zullen het oppervlak bovendien een gele tot bruine kleur
geven. Hierdoor zal de vernis minder of helemaal niet transparant overkomen
en zal zijn glans verminderen of zelfs geheel verdwijnen. Ook treedt
een sterke vermindering op in de kleurnuances en het licht-donkercontrast.
Bij normaal onderhoud zal na een paar dagen stof zichtbaar zijn. Dikkere
lagen stof en aangekoekt vuil en dergelijke hebben langere tijd (weken
tot jaren) nodig om zich op het meubel op te hopen.
Aanrakingen laten op het meubel sporen van vuil achter in de vorm van
zweet, speeksel, adem en vettige bestanddelen Ook kan luchtvervuiling
(aërosols) zich inbedden in het vuil op de vernis of er een chemische
verbinding mee aangaan en de vernis beschadigen. Deze luchtvervuiling
kan worden veroorzaakt door brandend haardvuur, brandende kaarsen, sigaretten,
etensluchtjes, industrie, auto's en dergelijke. Stof en oppervlaktevuil
kan ook vocht uit de lucht aantrekken. Vocht condenseert op het oppervlak,
waardoor een wittige, wazige vlek kan ontstaan. Meestal is deze vlek
makkelijk van het oppervlak af te wrijven met een doek. Indien dit niet
gebeurt, zullen zich schimmels kunnen vestigen in het vochtige stof,
waardoor de vernis op den duur aangetast kan worden en zal verkleuren
en/of blind worden.
De vervuiling is meestal te verwijderen met saliva (menselijk speeksel),
niet-polaire oplosmiddelen, zoals terpentine en white spirit, chelaten
(bijvoorbeeld Triamoniumacetaat (TAC) in water) en eventueel water.
Als laatste redmiddel kan vuil mechanisch worden verwijderd.
Conclusie
De schadeatlas blijkt zeer effectief te zijn bij het analyseren van
schades aan vernissen. Het is een goed en systematisch hulpmiddel te
bij het opsporen van soorten schade aan vernis, doordat elk mogelijk
schadebeeld in de atlas is opgenomen. Bovendien geeft de atlas een eerste
aanwijzing voor de mogelijke behandeling van de schades. Door de komst
van de schadeatlas is de mogelijkheid dichterbij gekomen om meer specifieke
behandelmethodes en behandelmiddelen te ontwikkelen voor verschillende
schades. In plaats van een algehele behandeling van een beschadigde
vernis kan op basis van de atlas gekozen worden voor lokale behandelingen,
waardoor de restaurator minder in de vernis hoeft in te grijpen en /
of hij eerder zal kunnen kiezen voor behoud van de vernis in plaats
van vervanging. De atlas geeft ook informatie over de mogelijke oorzaken
van de schade. Deze informatie kan zeer nuttig zijn bij het opstellen
van een plan voor de preventieve conservering van een meubel.
*1 Dit artikel is een bewerking van de afstudeerscriptie
'Schadebeelden van traditionele meubelvernissen. Een onderzoek naar
schadevormen, schadeoorzaken en mogelijke behandelmethoden van beschadigde
negentiende eeuwse vernissen op meubelen, uitmondend in een schadeatlas,
welke is toegepast op de vernis van een negentiende eeuwse koloniale
Rafflesstoel', geschreven ter afsluiting van de opleiding tot restaurator,
richting meubelen aan het Instituut Collectie Nederland (ICN). De scriptie
is in te zien bij de bibliotheek van het ICN te Amsterdam. Voor meer
informatie kunt u de auteur mailen via brat@bratromeny.nl.
Robbert-Jan Brat voltooide in 2003 de opleiding tot
meubelrestaurator aan het ICN en is thans werkzaam als meubelrestaurator
bij Brat & Romeny Antiekrestauratie, Amsterdam.
|